Op dit moment, als je zonnepanelen hebt en meer elektriciteit produceert dan je gebruikt, kun je die extra elektriciteit terugleveren aan het energiebedrijf. Ze trekken dan die hoeveelheid elektriciteit van je rekening af, en je krijgt hetzelfde tarief als wat je normaal betaalt voor elektriciteit. Dit betekent dat het elektriciteitsnet als een soort grote batterij werkt: je kunt elektriciteit aan het net leveren wanneer je veel produceert en het weer van het net afnemen wanneer je het nodig hebt.

 

Er is wel een limiet aan hoeveel je kunt terugleveren. Als je in een jaar meer elektriciteit teruglevert dan je gebruikt, krijg je een lagere vergoeding voor het ‘extra’ dat je produceert. Deze vergoeding verschilt per energiebedrijf, maar wordt vaak geschat op ongeveer 10 cent per kilowattuur.

Bijvoorbeeld, als je 2.000 kilowattuur elektriciteit per jaar gebruikt en 2.500 kilowattuur teruglevert aan het net, krijg je voor de eerste 2.000 kilowattuur hetzelfde tarief als wat je normaal betaalt aan het energiebedrijf. Voor de extra 500 kilowattuur kan het tarief lager zijn.

Vanaf 2025 gaat de overheid de regels veranderen. Ze willen de regeling waarbij je je overschot aan elektriciteit kunt terugleveren aan het net, geleidelijk verminderen. In 2025 mag je nog 64 procent van de elektriciteit die je teruglevert salderen. Dit blijft zo in 2026. Daarna zal dit percentage langzaam dalen, totdat je vanaf 2031 helemaal niet meer kunt salderen. In plaats daarvan krijg je een vergoeding voor elke kilowattuur elektriciteit die je niet saldeert en teruglevert aan het net.

Deze nieuwe regels gelden voor iedereen, of je nu al zonnepanelen hebt of van plan bent ze in de toekomst aan te schaffen.